Emma Storris

Het elfje dat niet twaalf wilde worden

Er was eens een elfje van elf. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is het namelijk niet zo dat elfen niet verouderen. Maar in plaats van elk jaar worden ze elke honderd jaar officieel ouder. Elfen noemen het daarom ook eeuwig zijn in plaats van jarig. Nu begrijp je misschien meteen waarom wij het idee hebben dat elfen onsterfelijk zijn. Wanneer wij honderd jaar worden en naar mensenmaatstaven behoorlijk oud zijn, viert een elf pas zijn of haar eerste vereeuwdag.
Een elf kan, net als mensen, in principe honderdzesentwintig worden. Dan moet wel alles meezitten. Maar in mensenjaren zijn dat er dus wel twaalfduizendzeshonderd. Dat kunnen we helemaal niet bevatten, zo’n lang leven.
Andersom geredeneerd leven wij in elfenogen net wat langer dan een gemiddeld insect en net wat korter dan een gemiddelde rat. Vandaar dat ze ons liever niet als huisdier nemen. Een huisdier waar je aan gehecht raakt en elke eeuw afscheid van moet nemen wordt op den duur te traumatisch. Ze nemen dan liever een Groenlandse haai die een eeuw of drie mee gaat. Kwallen als de Turritopsis nutricula, die in principe onsterfelijk zijn, zijn ook populair, maar dan alleen bij elfen die niet zo nodig met hun huisdier hoeven te knuffelen.

Afijn, er was dus een elfje van elf. Ze was nog vijf jaar verwijderd van haar twaalfde vereeuwdag en ze maakte zich grote zorgen. Er werd namelijk gezegd dat sommige elfjes verdwenen wanneer ze twaalf werden. Die elfjes werden twaalfen in plaats van elfen en – aangezien twaalfen niet bestaan – gingen ze dan gewoon in rook op.
Lyve, haar beste vriendin, hield bij hoog en laag vol dat het vier millennia geleden was gebeurd bij een tante van haar. De avond voor haar vereeuwdag had ze iedereen nog vrolijk welterusten gewenst, maar de ochtend erna was ze verdwenen gebleken. Lyve was toen zelf nog niet geboren, ze was nu immers nog maar tien. Ze had haar moeder er echter over horen vertellen, toen ze op een avond niet naar bed wilde en zich achter de bank had verstopt.
Tomto, haar buurelf, kende ook zo’n verhaal. Zijn vader had vroeder een vriend en daar weer een neef van was op de ochtend van zijn twaalfde vereeuwdag niet aan het ontbijt verschenen. Toen zijn vader hem ging zoeken, vond hij onder het bed een hoopje stof. Dat kon niet anders dan het restant van de neef van de vriend van de vader van Tomto zijn, daar was iedereen het over eens.
Het leek wel alsof iedereen in de omgeving van Zya – want zo heette ons elfje dat bijna twaalf ging worden – wel via via iemand kende die zoiets was overkomen. Naarmate de tijd vorderde ging ze zich daarom steeds meer zorgen maken.

Ze probeerde de tijd stil te zetten. Wanneer de tijd niet zou verstrijken zou ze immers nooit twaalf worden en zeker weten niet verdwijnen. Dat bleek echter geen optie. Zoals haar oma haar vertelde was tijd niet iets dat je vast kon pakken. De wijzers van de klok stil zetten was geen optie. Tijd verstreek ook als je geen secondes weg hoorde tikken. Daarnaast zouden de gevolgen van het stilzetten van de tijd net zo rampzalig zijn als verdwijnen. Met de tijd zou alles en iedereen stil komen te staan en was het net zo goed alsof je niet leefde.
Zoals altijd wanneer je het liefst wilt dat de tijd langzaam verstrijkt, vlogen de jaren voorbij. Het was de avond voor de grote dag dat Zya twaalf zou worden. Ze was zo zenuwachtig dat ze niet eens zin had om met haar vrienden te spelen en was vroeger thuis dan normaal. Toen ze in de buurt van haar huis kwam hoorde ze een vaag geroezemoes. Ze zag een paar klompen op de buitenmat staan.
‘Vreemd,’ dacht ze, ‘dat lijken de klompen van de juf wel.’
Ze sloop dichterbij en gluurde vanachter een struik door het raam. Daar zag ze haar lerares aan tafel zitten, net als de dokter, opa en oma en haar ouders. Ze hadden een bezorgde blik in hun ogen.
‘Vannacht is het zover. Zya wordt twaalf.’ hoorde ze haar moeder zeggen, ‘Ik hoop maar dat mijn meisje niet van me afgenomen wordt.’
Haar vader onderdrukte een snik net niet op tijd, waardoor het klonk als een halve hik.
‘We hebben er alles aan gedaan om haar voor te bereiden op het leven na de elf.’ suste de juf, ‘Ik weet zeker dat het aan haar opleiding niet zal liggen. De tijd zal het nu moeten uitwijzen.’
‘Meestal gaat het goed.’ vulde oma aan, ‘Laten we er op vertrouwen dat dit keer ook goed zal uitpakken.’
Zya kon zich niet aan de indruk onttrekken dat ze vooral zichzelf moed aan het inpraten waren.
Toen stond opa op en sloot het raam waardoor Zya niets meer kon horen. Maar wat ze had gehoord kon maar over één ding gaan. De schrik sloeg haar om het hart. Zou het dan toch waar zijn? Verdwijnen sommigen elfen wanneer ze twaalf worden?

Weten hoe dit afloopt? Over een paar dagen volgt het einde van dit verhaal…

1 thought on “Het elfje dat niet twaalf wilde worden

Comments are closed.